
Je pensioen wordt fiscaal gunstig behandeld. Wat je zélf betaalt aan je pensioenregeling gaat af van je brutoloon en niet van je nettoloon. Ook je werkgever betaalt meestal mee aan je pensioen en ook die bijdrage is niet belast. Zo betaalt de belasting als het ware mee aan je pensioen. Als je met pensioen gaat, ga je wél belasting betalen over je pensioen, maar tegen een lager tarief. Van je bruto inkomen houd je na je pensioen daarom meer over dan vóór je pensioen.
De opbouw van je pensioen wordt fiscaal dus gunstig behandeld. Daarom stelt de fiscus grenzen aan wat je aan pensioen mag opbouwen.
In het jaar dat u met pensioen gaat, krijgt u te maken met verschillende belastingtarieven. U betaalt namelijk geen AOW-premie meer vanaf de maand dat u met pensioen gaat.
In de maanden vóór uw verjaardag betaalt u nog wel AOW-premie.
Voorbeeld
Gaat u op 10 maart met pensioen? Dan betaalt u over de maanden januari en februari AOW-premie. Over de maanden maart tot en met december betaalt u geen AOW-premie. Ontvangt u loon of een uitkering?
Dan past uw werkgever of uitkeringsinstantie het lagere tarief toe vanaf de maand waarin u met pensioen gaat.
In het jaar dat u met pensioen gaat, betaalt u een gemengd belastingtarief over uw jaarinkomsten. De hoogte van het tarief hangt af van de maand waarin u met pensioen gaat.