
De manier waarop het pensioen opgebouwd wordt is bepalend voor de kwaliteit van de pensioenregeling.
Er zijn heel veel verschillende pensioenregelingen. Kort samengevat zijn er 3 soorten:
De eindloonregeling, de middelloonregeling en de beschikbare premieregeling.
In een eindloonregeling bouw je elk jaar een stuk ouderdomspensioen op. Dit stukje pensioen is een bepaald percentage van de pensioengrondslag (het deel van je salaris waarover je pensioen opbouwt). Bij de eindloonregeling wordt steeds uitgegaan van je laatst verdiende salaris. Bij elke salarisverhoging wordt het pensioen dat je al hebt opgebouwd, opgetrokken naar het niveau van de nieuwe pensioengrondslag. Dat heet een backserviceverhoging. Het uiteindelijke pensioenresultaat is bij de eindloonregeling dus niet afhankelijk het salarisverloop gedurende je hele carrière, maar wordt uitsluitend van je laatst verdiende salaris (je eindloon).
De middelloonregeling noemt men ook vaak opbouwregeling. Bij de middelloonregeling is de hoogte van het pensioen
gekoppeld aan de hoogte van het gemiddelde salaris gedurende de gehele loopbaan.
Pensioen dat in eerdere jaren opgebouwd is wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. Begint u uw
loopbaan met een laag salaris, dan bouwt u over dat lage salaris pensioen op. Deze pensioenregeling kent dus geen verhoging
achteraf (backservice) zoals bij de eindloonregeling. Maakt u in uw loopbaan grote salarissprongen dan komt u mogelijk
pensioenopbouw tekort.
Veel middelloonregelingen kennen een vorm van indexatie, zodat het pensioen dat in voorgaande jaren is opgebouwd, meegaat met
de loonstijging van de bedrijfstak. Indexering is echter bijna altijd voorwaardelijk. Er moeten bijvoorbeeld voldoende middelen
voor zijn.
In een beschikbarepremieregeling krijg je geen vooraf vastgestelde pensioenuitkering, maar een pensioenpremie. Die kan tijdens je dienstverband gelijk blijven of stijgen naarmate je ouder wordt. De premie is meestal een percentage van de pensioengrondslag (dat deel van je salaris waarover je pensioen opbouwt). De premie wordt meestal belegd. Hoeveel er in je pensioenpot zit hangt dus af van de beleggingen. Op je pensioendatum koop je van het geld uit je pensioenpot een pensioenuitkering. Als in de regeling is opgenomen dat er kapitaal wordt uitgekeerd bij eerder overlijden, moeten je nabestaanden er een nabestaandenpensioen van ‘kopen’.